Dubuffet in de tuinen van het Rijksmuseum

Het is de grote blikvanger van de beeldentuin van het Kröller-Müllermuseum; de Jardin d’émail  van Jean Dubuffet. Een architecturaal beeld waarin je een compleet andere wereld betreedt bestaande uit zwarte lijnen op een witte ondergrond en grillige vormen. De kunstenaar die deze fascinerende  tuin ontwierp, Jean Dubuffet, haalde zijn inspiratie met name uit de tekenkunst en dan vooral de tekeningen van kinderen en mensen met een geestelijke beperking. Deze vorm van kunst noemde hij de Art Brut,  een term die later ook aan zijn eigen werk verbonden zou worden. Hij legde een grote collectie Art Brut werken aan waarmee hij ook andere kunstenaars uit de 20e eeuw heeft geïnspireerd. Dubuffet begon in zijn eigen kunstwerken een soortgelijke ongerepte kinderlijke of naïeve stijl te hanteren. Aanvankelijk maakte Dubuffet  voornamelijk schilderijen, tekeningen en grafisch werk maar hij heeft ook  beelden gemaakt waarvan diverse op monumentaal formaat. Een selectie van deze beelden is deze zomer te zien in de tuinen van het Rijksmuseum. De beelden bevinden zich in lijn met de Jardin d’émail, al zijn de werken in de Rijksmuseumtuinen iets meer bescheiden van formaat.

De tentoonstelling van Dubuffet is het slotstuk van de vijf openlucht zomertentoonstellingen die het Rijksmuseum sinds de heropening in 2013 georganiseerd heeft. Eerder waren werken te zien van Henry Moore (2013), Alexander Calder (2014), Joan Miró (2015) en Giuseppe Penone (2016) te zien. De beelden van Dubuffet zijn nog tot 1 oktober te zien in de tuinen van het Rijksmuseum. De tuinen zijn tijdens de openingstijden van het Rijksmuseum gratis te bezoeken .

De revoluties van Frida Kahlo

Frida Kahlo (1907- 1954) was een fascinerende revolutionaire kunstenares. Revolutionair vanwege haar politieke (communistische)  idealen die zo sterk waren dat zij enkele weken voor haar dood, tegen het advies van haar artsen deelnam aan een protestmars tegen de Amerikaanse inmenging in Guatemala.

Niet alleen in haar politieke idealen was zij een revolutionair, ook haar liefdesleven was, zeker voor de tijd waarin zij leefde, opzienbarend. Hoewel zij maar één echtgenoot heeft gehad, de eveneens Mexicaanse en wereldberoemde muralist Diego Rivera met wie zij tweemaal trouwde, passeerden ook tijdens hun huwelijken diverse minnaars en minnaressen de revue. Ze had relaties met ondermeer Trotski en met de Amerikaanse fotograaf Nickolas Muray.

Veruit het meest revolutionair was Frida echter in haar kunst. Haar oeuvre vormt een genadeloos zelfportret met haar eigen leven en lijdensweg als rode draad. Haar vroegste schilderijen die zij maakte als achttienjarige ontstonden vanuit het noodlot. Door een ernstig busongeluk was zij maanden aan bed gekluisterd en was de schilderkunst haar enige vorm van afleiding. Bij gebrek aan modellen begon zij met behulp van een spiegel zelfportretten te maken. Deze vroege werken laten nog de invloed van de grote Italiaanse meesters van de renaissance zien maar al snel vindt zij deze stijl te stijf en doen de portretten haar teveel denken aan papier maché. De Mexicaanse cultuur, archeologie en volkskunst worden een belangrijke inspiratiebron voor haar. In haar ogenschijnlijk surrealistische stijl zal ze haar kenmerkende werken maken, vaak direct reagerend op de gebeurtenissen in haar leven. We zien haar vlak na een miskraam, kwetsbaar en bloedend in een veel te groot ziekenhuisbed. Ze laat ons haar bloedende hart zien na de scheiding van Diego en de gebroken ruggengraat na de zoveelste pijnlijke operatie. Toch is het levensverhaal van Frida niet alleen een verhaal van lijden. Het is eerder het verhaal van moed, kracht en een vrouw die midden in het leven stond.

Wil je meer weten over deze boeiende kunstenares kom dan naar de Artelicious Frida's Fiestas op 8 juli.


Rineke Dijkstra: een ode

In oktober zal Rineke Dijkstra worden onderscheiden met de Hasselblad Award, de meest prestigieuze prijs binnen de fotografie. Om deze bijzondere prestatie te vieren, eert het Stedelijk Museum in Amsterdam Nederlands beroemdste fotografe en videokunstenaar met een bescheiden overzichtstentoonstelling van 21 foto's en 4 videowerken. Bijzonder aan de tentoonstelling, die een goede dwarsdoorsnede van het oeuvre van Dijkstra laat zien, is dat ook drie niet eerder in Nederland vertoonde werken worden geëxposeerd.  De video Marianna (The fairy doll) uit 2014 is het meest in het oog springende voorbeeld hiervan. Dit werk toont de zeer jonge Russische danseres Marianna terwijl zij onder begeleiding van een coach die buiten beeld blijft, oefent voor haar auditie voor de Vaganova Academie, de vooropleiding van het Russisch Ballet van St. Petersburg. Gaandeweg de video worden de inspanning maar ook de frustraties van Marianna steeds duidelijker. Ze bevindt zich aan de vooravond van een levensbepalende gebeurtenis. Wordt ze aangenomen aan de prestigieuze academie of niet? De weergave van dit soort bepalende gebeurtenissen is kenmerkend voor het oeuvre van Dijkstra. In de eveneens in het Stedelijk Museum getoonde portrettenreeks Julie,Tecla en Saskia zijn vrouwen met hun baby te zien vlak na de bevalling van hun eerste kindje, de uitputting nog zichtbaar op hun gezicht en lichaam en nog niet gewend aan hun nieuwe rol als moeder. Het portret Amy laat een typisch Brits pubermeisje zien. Ze oogt stoer maar is tegelijkertijd kwetsbaar en onzeker. Haar leeftijdsgenoten laten diezelfde houding zien in de video The Buzz Club, Liverpool, UK/ Mystery World, Zaandam, NL waar de jongeren dansend op een housebeat te zien zijn terwijl zij oefenen met sociaal groepsgedrag op de drempel naar volwassenheid. Het zijn dié momenten van verandering die Dijkstra intrigeren en daarmee ook de bewonderaars van haar werk.


De tentoonstelling is tot en met 6 augustus te zien in het Stedelijk Museum Amsterdam

Afbeelding: Videostill Rineke Dijkstra, Marianna (The fairy doll), 2014

Wilt u meer weten over de geschiedenis van de fotografie? Begin 2018 zal ik een zesdelige cursus hierover geven. Meer informatie hierover vindt u hier.

Afscheid van een museum

Deze blog zou eerder thuishoren onder de titel "Ik zie wat jij (binnenkort) helaas niet meer kunt zien. 16 jaar lang was het voor mij vaste prik om tijdens een dagje Utrecht ook een bezoekje te brengen aan de tentoonstellingen in het AAMU, het mseum voor hedendaagse Aboriginal kunst. Het was misschien niet het meest bekende museum van Utrecht maar wel een zeer verrassend museum met zo'n 2 tot 3 verschillende tentoonstelingen per jaar naast een vaste collectie aan eigentijdse Aboriginal kunst. Het was hiermee het enige museum in Europa dat zich richtte op deze kunstvorm. De hedendaagse Aboriginal kunst werd regelmatig afgezet tegen of vergeleken met westerse kunstenaars. Hiermee onderscheidde het museum zich van bijvoorbeeld de volkenkundige musea die vaak uitgaan van de cultuurhistorische traditie. Wat dat aangaat pastte het AAMU perfect bij de uitspraak van de Australische kunsthistoricus Robert Hughes dat de Aboriginal kunst (die in zijn moderne variant pas in de jaren zeventig van de twintigste eeuw ontstond) de laatste grote kunststroming van de twintigste eeuw was. Wil je toch nog een bezoek brengen aan het AAMU? Dat kan nog tot en met 15 juni 2017. Daarna sluit het museum definitief de deuren.   

ARTZUID 2017: de vrijheid van abstractie

Vrijdag 19 mei werd onder grote belangstelling de 5e editie van ARTZUID geopend, de tweejaarlijkse openlucht beeldententoonstelling in Amsterdam Zuid. Evenals in 2015 werd ook deze editie samengesteld door oud- Stedelijk Museumdirecteur Rudi Fuchs. Hij heeft zich bij de selectie van de beelden laten inspireren door 100 jaar De Stijl, een fenomeen dat dit jaar in veel Nederlandse steden gevierd wordt. Fuchs benoemt de abstractie als de uitvinding van de moderne kunst. Met name de rechtlijnige minimale abstractie van De Stijl of het Neoplasticisme leidt tot een gevoel van vrijheid voor de kunstenaar omdat deze vorm niet meer gebonden is aan de traditionele positionering van de figuratieve vorm. Waar een boom met de wortels in de grond en de takken in de lucht staat, kan een cirkel of rechthoek zich vrij door de ruimte bewegen en is niet gebonden aan een vaste boven- of onderkant.

Fuchs heeft voor Plan Berlage (Apollolaan en Minervalaan) gekozen voor een selectie Nederlandse kunstenaars die schatplichtig zijn aan De Stijl of de minimalistische abstractie. Opmerkelijk is dat Nederlandse kunstenaars als André Volten en Joost Baljeu al in de jaren vijftig minimalistisch werk maakten nog voordat hun bekende Amerikaanse collega's als Donald Judd en Frank Stella in Europa doorbraken. Deze traditie van abstract werk werd voortgezet door kunstenaars als Ruud Kuijer, Piet Tuytel en Michael Jacklin.

Naast de gevestigde namen is er ook werk te zien van jonge kunstenaars als David Jablonowski, Esther Tielemans en Saskia Noor van Imhoff.

Rondom station Amsterdam Zuid, is vooral werk te zien van Arne Quinze en Cristóbal Gabarrón. Hun bontgekleurde beelden gaan een dialoog aan met de grootstedelijke architectuur van de Zuidas. Absoluut topstuk is Enlightened Universe van Gabarrón dat te zien is op het George Gershwinplein.

 gabarron.jpg