Gertrude Stein: de ongekroonde koningin van de Rive Gauche

Ze was schrijver, mecenas en een cultureel fenomeen: Gertrude Stein. Vereeuwigd in 1906 door Picasso in een opzienbarend portret en bij het grote publiek misschien nog wel het meest bekend door de Woody Allen film Midnight in Paris uit 2011 waarin Kathy Bates haar vertolkte.

Gertrude Stein werd in 1874 geboren in Allegheny, nabij Pittsburgh. Ze was het vijfde en tevens laatste kind van Daniel en Amelia Stein. Vader Daniel vergaarde een bescheiden fortuin als directeur van de Market Street Railway in San Francisco. Binnen het gezin had zij de beste band met haar broer Leo met wie zij later in Parijs een appartement zou delen aan de Rue de Fleurus 27. Wanneer Gertrude 14 is, overlijdt haar moeder, drie jaar later gevolgd door haar vader. Vanaf dat moment was haar oudste broer Michael de gezinsvoogd. Hij zorgde ervoor dat Gertrude en haar zus Bertha bij familie van hun moeder in Baltimore konden wonen. In Baltimore ontmoette Gertrude de zussen Cone die op zaterdagavond regelmatig salons organiseerden waar werd gediscussieerd over kunst. Dit legde de basis voor de Parijse salons die Gertrude zelf zou organiseren.

Na een onafgeronde studie medicijnen vertrok zij in 1902 naar Europa waar haar broer Leo eerder dat jaar al naartoe verhuisd was. Na een aanvankelijk verblijf in Londen vertrokken zij in 1903 naar Parijs. Gertrude zou de rest van haar leven in Frankrijk wonen. Gertrude en Leo vonden een appartement in de buurt van de Jardin Luxembourg waar zij in 1904 begonnen met het aanleggen van een kunstcollectie. Leo legde contact met de beroemde kunsthandelaar Ambroise Vollard en het was ook bij hem dat de Steins hun eerste grote aankoop deden door twee werken van Gauguin, twee werken van Renoir en een Cézanne aan te schaffen. In de daarop volgende jaren zouden vele werken volgen, waaronder diverse werken van de toen nog relatief onbekende Picasso.

In hun appartement organiseerde Gertrude ook regelmatig salons waarvoor zij bevriende kunstenaars en schrijvers uitnodigde. Zij werd hierin vanaf 1910 bijgestaan door haar redacteur en levenspartner Alice B. Toklas die een zeer begenadigde kokkin was en uiteindelijk bekend werd als schrijfster van kookboeken. Het was tijdens zo'n salon dat Picasso en Matisse elkaar ontmoetten. Ook beroemde Amerikaanse schrijvers als Ernest Hemingway en Ezra Pound wisten de salon van de dames Stein en Toklas te vinden. Zo werd Stein één van de meest invloedrijke personen in de culturele wereld en kon zij met recht de ongekroonde koningin van de de Parijse Rive Gauche genoemd worden.

Gertrude en Alice.jpgGertrudeStein Picasso.jpg03ef01b1945ef919b80bd591a6589a3d--first-communion-stein.jpg

 

In 1914 kreeg Gertrude, vermoedelijk vanwege haar voorliefde voor Picasso, een ernstige ruzie met haar broer Leo die daarop naar Italië vertrok. Tot aan haar dood zouden ze geen contact meer hebben op een toevallige ontmoeting op straat in 1918 na.

Naast een belangrijk mecenas was Gertrude Stein ook een avantgardistisch schrijfster. Haar bekendste werken waren The Autobiography of Alice B. Toklas en het bijna duizend pagina's tellende The Making of Americans. In haar boeken beschreef zij ondermeer haar familieleven en haar contacten uit de kunstwereld. Dat ze niet altijd even tactisch was, bleek wel uit het feit dat zij op een avond enthousiast voordroeg uit haar eigen werk aan Picasso én zijn vrouw Olga. Ze koos echter voor de scène waarin Picasso's eerste grote liefde Fernande Olivier sprookjes van La Fontaine voorlas aan een voor Picasso poserende Gertrude. De hierop volgende reactie van een woedende Olga zal niemand verbazen.

Meer weten over dit bijzondere vrouwenpaar en hun vriendenkring waarin Picasso de hoofdrol speelde? Kom dan naar Artelicious: een Parijse soiree met Pablo en Gertrude op vrijdagavond 13 oktober of zaterdagmiddag 21 oktober.

 

De schemerachtige kamer in de herberg.

Het was zaterdag 29 juli 2017. Die dag was het precies 127 jaar geleden dat Vincent van Gogh zijn laatste adem uitblies in de Auberge Ravoux in Auvers-sur-Oise. Wat zou nu een mooier eerbetoon zijn dan op deze dag de laatste woonplaats van Van Gogh te bezoeken? Omstreeks half tien stonden IJsbrand en ik op het Gare du Nord om met de speciale impressionistentrein naar Auvers te gaan.*

Ik vreesde dat de trein, zeker op deze speciale dag, overvol zou zitten maar tot mijn grote verbazing was het juist uitermate rustig. Naast ons, stapten alleen een handjevol toeristen uit Japan en twee Amerikanen in. Iets meer dan een half uur na vertrek uit Parijs reed de trein het stationnetje van Auvers binnen en een eerste blik op het dorpje vertelde dat er sinds het verblijf van Van Gogh niet heel veel veranderd is. Terwijl de trein achter mij vertrok naar een volgende bestemming, zag ik het eerste herkenningspunt uit de schilderijen van Van Gogh al voor mij want boven de gebouwen uit tekende zich de toren af van de Notre Dame van Auvers. Bij het zien van die toren ging er een schok door mij heen. Het was bijna vergelijkbaar met een tienermeisje dat haar idool ontmoet. Zo vaak heb ik de toren gezien op het schilderij in het Musée d'Orsay, in boeken en op reproducties maar het was allen niet vergelijkbaar met het daadwerkelijk op deze plaats staan. De hele dag in Auvers beleefde ik dit soort momenten; in de drukkende hitte in de korenvelden waar Van Gogh de inspiratie voor zijn "Korenveld met kraaien" vond, in het huis van Dr. Gachet waar de piano van Marguerite nog in de hoek staat maar bovenal in de Auberge Ravoux tegenover het pittoreske stadhuis.

 20170729_104841.jpgauvers stadhuis.png20170729_145600.jpgauv_kerk789.1200x0.jpg

In deze herberg woonde Van Gogh de laatste 70 dagen van zijn leven. Sinds 1993 is de herberg omgedoopt tot het "Maison Van Gogh", niet zozeer een museum maar eerder een monument. Er is geen één werk van Van Gogh te zien en toch trekt het dagelijks diverse liefhebbers van de kunstenaar aan. De mensen die hiernaartoe komen, worden geen toeristen genoemd maar pelgrims, op zoek naar de stilte van Van Gogh. Zelf beschrijft het Maison Van Gogh het als volgt: "Rien à voir … mais tout à ressentir." Niets te zien maar alles te voelen. In alle soberheid heeft de kamer iets magisch. Vanwege de beperkte ruimte in de kamer, die zo'n 7 vierkante meter meet, wordt slechts een klein aantal mensen tegelijkertijd toegelaten. 

Voor aanvang aan het bezoek aan de daadwerkelijke kamer kunnen de bezoekers (pelgrims) wachten in de wachtruimte die gemakshalve ook is ingericht als museumwinkel. Met een licht gespannen gevoel bleef ik in de buurt van de deur die uiteindelijk de toegang zou geven tot kamer nummer vijf waar Vincent zijn laatste uren had doorgebracht. Toen het eenmaal zover was en de deur door de gids werd open gezwaaid moch ik als eerste van de kleine groep van zes personen de trap naar de kamer beklimmen. Het was tamelijk donker en gezien de hoge temperaturen buiten ook behoorlijk koel. Met kippenvel liep ik de trap op en kwam aan in de kleine schemerachtige kamer. Het enige daglicht dat binnenkwam, viel door een klein dakraam naar binnen. Heel even stond ik daar alleen en het was absoluut waar, er viel niets te zien maar zoveel te voelen. Je kon je levendig voorstellen hoe Theo hier aan het bed heeft gezeten van zijn geliefde broer Vincent die stervende was aan een (hoogstwaarschijnlijk zelf toegebrachte) schotwond. Er zijn maar weinig ruimten die zo duidelijk een gevoel kunnen overbrengen. Ik hoorde maar weinig van wat de gids vertelde, al had ze een goed verhaal maar ik droomde weg over wat zich 127 jaar eerder hier in deze kamer en in Auvers afspeelde. Het optimisme waarmee Vincent van Gogh zijn begintijd in Auvers inluidde, zijn vele bezoeken aan dokter Gachet, ongeveer een half uur lopen bij de herberg vandaan, de zinderende en misschien ook wel gekmakende hitte in de korenvelden en uiteindelijk zijn begrafenis vlakbij diezelfde korenvelden. Een beetje beduusd van alle indrukken liep ik ongeveer twintig minuten later de trap weer af. Inmiddels stond ook de deur naar de eetzaal van de herberg open. Ook hier leek het of de tijd had stil gestaan. Door de vitrages waren de vage omtrekken van het stadhuis te zien en ook hier binnen heerste een eerbiedige stilte. De geuren van kruiden doordrongen de hele ruimte en verrieden dat de zaal nog steeds, of weer in gebruik was als eetzaal. Op 30 juli 1890 stond in deze ruimte de kist met het lichaam van Vincent van Gogh, omringd door zonnebloemen en schilderijen van hemzelf. Een officiële afscheidsdienst in de Notre Dame van Auvers, wat Theo graag had gewild voor zijn broer, was niet toegestaan door de zelfgekozen dood van Vincent en door zijn protestantisme. Hiervandaan vertrok de stoet met Parijse kunstenaarsvrienden voor de korte wandeling naar de begraafplaats. Onderweg zijn zij langs het stadhuis, de kerk en de korenvelden gekomen. Plaatsen in Auvers die door Van Gogh uiteindelijk wereldberoemd zouden worden. 

 20170730_001631.jpg20170729_171535.jpg20170729_173330.jpg

*Deze speciale treinverbinding rijdt 1 x per dag direct naar Auvers. 's Avonds rond half zeven rijdt er een directe trein vanuit Auvers naar Parijs-Gare du Nord.  

Dé tentoonstellingen van het komende seizoen

Afgelopen weekend werd de 40e editie van de Amsterdamse Uitmarkt georganiseerd op en rond het Oosterdok eiland. Naast het aanbod aan theater, muziek, cabaret en dans, presenteerden ook diverse musea hun aanbod voor het nieuwe culturele seizoen. In deze blog geef ik alvast een paar tips van tentoonstellingen waar ik erg naar uitkijk. 

De musea waren dit jaar goed verstopt op de Uitmarkt maar na een flinke wandeling langs de boekenmarkt, de theaters en het hoofdpodium heb ik de museumhoek dan toch gevonden. Het museum dat bekend staat om zijn spectaculaire acties is het Van Goghmuseum. Twee jaar geleden heb ik nog de longen uit mijn lijf geschreeuwd voor een foto en een ijsje in de vorm van Edvard Munch's De Schreeuw in het kader van de Van Gogh/Munch-tentoonstelling. Dit jaar was de actie aanzienlijk minder luidruchtig en kon je een 3D foto laten maken onder een gereconstrueerde bloesemboom. Dit om alvast in de stemming te komen van het Japan-jaar dat het Van Goghmuseum in 2018 vanaf 23 maart viert met de tentoonstelling Van Gogh & Japan. Het lijkt me een boeiende tentoonstelling maar waar ik mij persoonlijk nog meer op verheug, is de tentoonstelling Nederlanders in Parijs die van 13 oktober 2017 tot en met 7 januari 2018 te zien zal zijn. Het zal niemand ontgaan zijn dat ik een grote voorliefde voor de Franse hoofdstad heb. Dat gold ook voor veel Nederlandse kunstenaars uit de laat 19e en 20e eeuw zoals Van Gogh, Van Dongen en Mondriaan. In de tentoonstelling is te zien hoe acht Nederlandse kunstenaars betoverd raakten door Parijs en zien we de stad door hun ogen.

 Nog meer Parijs is vanaf 14 oktober tot en met 4 maart 2018 te zien in Den Haag in het Gemeentemuseum met de tentoonstelling Art Deco Paris. Deze expositie laat de invloed van couturier Paul Poiret zien op het ontstaan van de Art Deco, een kunststroming waarbij de toegepaste kunsten een belangrijke rol spelen. De tentoonstelling toont onder meer mode, fotografie en schilderkunst en zal bijzondere bruiklenen bevatten uit onder andere het Londense Victoria & Albert Museum.   

In het oosten van het land is van 19 november tot en met 27 mei 2018 weer een andere voorliefde op mijn kunstgebied te zien, namelijk The American Dream American Realism 1945-2017. Deze tentoonstelling wordt door twee musea georganiseerd: Het Drents Museum in Assen en de Kunsthalle in Emden. In Assen zijn de werken te zien uit de periode 1945-1965 en het meer recente Amerikaanse Realisme wordt in Duitsland getoond. 

Vanuit Assen ben je zo met de trein in Groningen en ook daar wordt het komende seizoen een tentoonstelling georganiseerd waar ik naar uitkijk: De Romantiek in het Noorden van Friedrich tot Turner, met indrukwekkende landschapskunst van Duitse, Nederlandse, Britse en Scandinavische kunstenaars. In het najaar zal ik op diverse locaties een cursus aanbieden die aansluit bij deze tentoonstelling.

Dit is slechts een kleine greep uit het veelzijdige programma dat de Nederlandse musea het komende culturele seizoen bieden. Er valt weer veel te zien, te beleven en bovenal te genieten.

hopper20morning20sun_0.jpgartdeco.jpgblechen.jpg

Choco-Story Paris: het lekkerste museum van Parijs

In mijn vorige blog schreef ik over mijn favoriete museum in Parijs: Musée de Montmartre. Recentelijk is aan mijn favorietenlijstje een tweede pareltje toegevoegd: Choco-Story: Le musée gourmand du chocolat, de naam zegt het al, het chocolademuseum. Nu zijn er in mijn leven een aantal grote liefdes en feit is dat naast mijn geliefde en familie zowel chocolade als musea hoog scoren dus toen ik in het folderrek van ons Parijse hotel een brochure zag van dit museum was mijn interesse direct gewekt. Extra voordeel was dat het museum, gelegen aan de Boulevard Bonne Nouvelle, op loopafstand was van ons hotel nabij de Place de la République.

De eerste indruk van het museum was meteen goed. Het bleek aanzienlijk groter dan verwacht met een collectie verspreid over twee verdiepingen. De gehele geschiedenis van de chocola wordt er uitgediept, vanaf het vroege begin bij de Maya's tot en met ontwerpen van hedendaagse chocolatiers.

Vlak voordat we naar Parijs vertrokken hadden we de vroege geschiedenis van de chocolade grondig bestudeerd ter voorbereiding van de themabijeenkomst Artelicious: Frida's Fiestas, waarin door IJsbrand uitgebreid werd ingegaan op de invloed van cacao op de ontwikkeling van de Mexicaanse keuken. Het was een feest van herkenning de (replica's van) beelden van de cacao-goden te zien en de kommen waaruit de Maya's en later de Azteken hun chocoladedranken dronken. Van chocola in vaste vorm was geen sprake. Wat het bezoek overigens nog feestelijker maakte, was dat er onbeperkt van de verschillende smaken chocola geproefd mocht worden. Zo smaakte de Azteekse variant vooral heel bitter met een vleugje peper en de latere Spaanse variant aanzienlijk zoeter door de toevoeging van onder meer veel suiker.

Het waren in de zestiende eeuw de Spaanse veroveraars van Mexico die de cacao naar Europa brachten waar de chocoladedrank vanwege de kostbaarheid en exclusiviteit een lekkernij voor de elite werd. De met name adellijke dames dronken hun chocoladedrank het liefst uit speciaal daarvoor vervaardigde en eveneens kostbare serviezen. Ook van deze serviezen zijn prachtige voorbeelden in het museum te vinden.

De chocoladedrank was niet alleen een lekkernij maar werd ook als een afrodisiacum gezien en werd in die hoedanigheid veelvuldig opgediend aan het hof van Versailles. Toen Marie Antoinette voor haar huwelijk met Lodewijk XVI in Versailles arriveerde, bracht zij haar eigen chocolatier mee. In deze periode ontstond ook de chocolade in vaste vorm en speciaal voor Marie Antoinette werd de zogenaamde "pistole de Marie Antoinette" gemaakt, een chocoladepastille met onder meer vanille, oranjebloesem en amandelolie die de koningin gebruikte om de bittere smaak van haar medicijnen te verhullen. Volgens deze receptuur worden nog steeds pastilles gemaakt die verkocht worden bij chocolatier Debauve & Gallais.

Slotstuk van de tentoonstelling is een spectaculaire Arc de Triomphe van, je raadt het al, chocolade.

 20170726_121057_1.jpg20170726_113223.jpg20170726_114405.jpg

Musée de Montmartre: een onbekende parel in Parijs

Een week na mijn 16e verjaardag ging ik voor het eerst naar Parijs, op werkweek met klas 4 van de HAVO.  Ik herinner mij nog goed de eerste glimp die ik van de lichtstad opvatte. Na zes uur hobbelen in een touringcar riep de lerares Frans enthousiast: "Kijk daar! Die witte kerk op de heuvel. Dat is Parijs." Zo werd voor mij de Sacré Coeur en niet de Eiffeltoren het symbool van Parijs. Nog diezelfde avond zag ik de witte kerk van dichtbij en werd ik verliefd op de buurt waarin deze ligt: Montmartre. Een wijk die tegenwoordig vooral een toeristisch karakter heeft maar die in de laat 19e en vroeg 20e eeuw een bolwerk was van kunstenaars en cabarets. De sfeer van dat Montmartre herleeft in één van mijn favoriete musea in Parijs: het Musée de Montmartre. Dit relatief onbekende museum is wat mij betreft echt een pareltje. Op een steenworp afstand van het door toeristen bevolkte Place du Tertre ligt de rustige straat Rue Cortot. Daar is op nummer 12 het museum te vinden dat gevestigd is in meerdere panden die de voormalige tuin van Renoir omringen. In deze tuin vond de bekende impressionist in 1876 zijn inspiratie voor het schilderij La balançoire (De Schommel). Je kunt je hier zelfs even het schildersmodel Jeanne voelen door plaats te nemen op de gereconstrueerde schommel.Vanuit de tuin heb je ook een prachtig uitzicht op de beroemde achterburen: het cabaret-café Au Lapin Agile en de wijngaard van Montmartre.

In het museum zelf wordt de geschiedenis verteld van de wijk en dan vooral de geschiedenis vanaf 1860 toen het voormalige dorp, bekend om zijn molens en kalksteengroeve werd toegevoegd aan Parijs. Vanaf dat moment begon het karakter van la Butte Montmartre te veranderen en werd het aan het einde van de 19e eeuw een echte kunstenaarswijk die velen heeft geïnspireerd. Bekende kunstenaars die in de wijk woonden, waren onder meer Henri de Toulouse - Lautrec, Vincent van Gogh, Edvard Munch, Amedeo Modigliani en Pablo Picasso. Zij werden onder meer aangetrokken door de vele cabarets en cafés die in en nabij Montmartre te vinden waren, vooral in het meer zuidelijke deel van de wijk in de richting van Place Pigalle en de Boulevard de Clichy waar in 1889 de Moulin Rouge geopend werd. Ook het beroemde café Le Chat Noir was in deze omgeving te vinden. In het museum wordt uitgebreid aandacht besteed aan de ontstaansgeschiedenis van deze uitgaansgelegenheden. De originele affiches van de Chat Noir (o.a. door Steinlen) en de Moulin Rouge (o.a. door Toulouse- Lautrec) zijn te zien maar ook foto's van de sterren uit de begindagen van de Moulin Rouge zoals Louise Weber, die onder haar artiestennaam La Goulue furore maakte met de cancan.

Het meest bijzondere aan het museum is echter de gereconstrueerde woon- en werkruimte van Suzanne Valadon en haar zoon Maurice Utrillo. Deze kunstenares is in Nederland niet bij een heel breed publiek bekend maar dat maakt haar zeker niet minder interessant. Zij begon haar loopbaan in de kunsten als schildersmodel en is onder andere te zien op schilderijen van Renoir en Puvis de Chavannes. Met deze kunstenaars had zij ook kortstondige relaties, evenals met de componist Satie. Valadon wilde echter meer dan alleen model zijn en aangemoedigd door onder meer Toulouse- Lautrec begon zij zelf ook te schilderen. Haar atelier is in het Musée de Montmartre gereconstrueerd en wanneer je de deur naar het atelier opent, stap je meer dan 100 jaar terug de tijd in. Omdat het museum nog niet door het grote publiek ontdekt is, kun je hier perfect mijmeren over het oude Montmartre. Een perfect rustpunt om daarna vol nieuwe energie Parijs weer verder te ontdekken.  20170730_151555.jpgimg_3635.jpg20170730_160350_1.jpg